23 september 2023

Het recht om vergeten te worden, nu voor online krantenarchieven

In haar arrest van 4 juli 2023 (Hurbain t. België) heeft het Europees Hof voor de Rechten van de Mens geoordeeld dat het recht om vergeten te worden kan inhouden dat een persoon kan eisen om geanonimiseerd te worden in online krantenarchieven.

Het EHRM vult hiermee eerdere rechtspraak aan betreffende het recht om vergeten te worden, waaronder het Google Spain arrest van 13 mei 2014 van het Hof van Justitie. In die zaak werd geoordeeld over het recht om vergeten te worden betreffende zoekmachines op het Internet. Het Hof van Justitie liet in het Google Spain arrest echter na zich uit te spreken over de toepassing op online krantenarchieven, wat door het EHRM nu wel wordt uitgeklaard. 

In haar arrest van 4 juli 2023 maakt het EHRM een afweging tussen de vrijheid van meningsuiting enerzijds en het recht op eerbiediging van het privéleven anderzijds.

Onderliggende feiten: een dodelijk verkeersongeval

We keren even terug naar 1994: het Franstalig Belgisch dagblad “Le Soir” publiceerde een artikel waarin melding werd gemaakt van een auto-ongeval dat was veroorzaakt door G., een praktiserend arts die op dat moment teveel alcohol in zijn bloed had. Bij het ongeluk kwamen twee mensen om het leven, drie anderen raakten gewond. In het artikel werd de volledige naam van G. genoemd. 

In 2000 werd G. veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee jaar. Hij zat zijn straf uit en werd in 2006 gerehabiliteerd.

Sinds 2008 biedt de website van de krant een digitale versie van haar archieven aan die teruggaan tot 1989, met inbegrip van bovengenoemd artikel. Deze archieven waren gratis toegankelijk op de website.

In 2010 schreef G. de krant aan met de vraag om het artikel uit de archieven te verwijderen, minstens zijn naam uit het artikel te verwijderen. De krant weigerde dit, waarop G. naar de rechtbank stapte. 

Procedure voor de Belgische rechtbanken

Voor de rechtbank van eerste aanleg te Neufchâteau vorderde G. de anonimisering van de digitaal gearchiveerde versie van het artikel. Bij vonnis van 25 januari 2013 wees de rechtbank deze vordering toe: Le Soir werd veroordeeld om de voor- en achternaam van G. te vervangen door de letter ‘X’.

Le Soir ging in beroep tegen deze uitspraak, maar bij arrest van 25 september 2014 werd het arrest in eerste aanleg integraal bevestigd. Volgens het hof van beroep te Luik kwam het feit dat G. twintig jaar na de feiten nog steeds in het artikel werd genoemd neer op een virtueel strafblad. Dit werd onrechtmatig en onevenredig bevonden, aangezien het niets toevoegde aan de waarde van het artikel en het ernstige schade kon toebrengen aan de reputatie van G.

Ook het door Le Soir ingestelde cassatieberoep werd afgewezen. Cassatie breidde in haar arrest van 29 april 2016  het recht om vergeten te worden uit naar online krantenarchieven en beschouwt het recht om online te worden vergeten als een “intrinsiek bestanddeel van het recht op eerbiediging van het privéleven”.

Procedure voor het Europees Hof van de Rechten van de Mens

Nadat alle nationale rechtsmiddelen waren uitgeput, trok Le Soir naar het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. De krant beriep zich op artikel 10 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en argumenteerde dat het bevel om de gearchiveerde versie van het bestreden artikel op de website anoniem te maken, een schending zou inhouden van haar vrijheid van meningsuiting, de persvrijheid en de vrijheid van informatieverstrekking. 

In haar arrest van 4 juli 2023 gaat het EHRM na of de beslissing tot het anonimiseren van de Belgische rechtbanken ook effectief een schending van de vrijheid van meningsuiting in de zin van artikel 10 van het Verdrag inhoudt. Het EHRM onderzoekt daarbij of het bevel tot anonimisering in deze specifieke omstandigheden op relevante en toereikende gronden berustte en, in het bijzonder, of het evenredig was met het nagestreefde legitieme doel.

In haar beoordeling houdt het EHRM rekening met de volgende zeven criteria:

    De aard van de gearchiveerde informatie

Het artikel in kwestie bevatte een reeks korte nieuwsberichten waarin op beknopte en objectieve wijze verslag werd gebracht van bewezen gebeurtenissen. Het EHRM is echter van oordeel dat de vermelde feiten, hoewel tragisch, niet behoren tot de categorie van misdrijven waarvan het belang, gelet op de ernst ervan, onveranderd blijft door het verstrijken van de tijd. 

    De tijd die is verstreken sinds de gebeurtenissen en sinds de eerste publicatie en onlinepublicatie

Er verstreek een aanzienlijke tijd (zijnde zestien jaar) tussen de eerste publicatie van het artikel in 1994 en de digitale publicatie in 2008, gevolgd door het eerste verzoek om anonimisering door G. In deze omstandigheden is het EHRM van oordeel dat G., die in 2006 werd gerehabiliteerd, er een legitiem belang bij had om na al die tijd te mogen re-integreren in de maatschappij zonder permanent te worden herinnerd aan zijn verleden.

    Het hedendaagse belang van de informatie

Het EHRM is van oordeel dat de gebeurtenissen waarover in het artikel werd bericht evenmin van historisch belang zijn, aangezien het artikel betrekking had op een niet-alledaags – zij het tragisch – kort nieuwsbericht zonder dat het een bron van bijzondere publieke bezorgdheid was. 

    De vraag of de persoon die beweert het recht te hebben om te worden vergeten een bekend persoon is, en zijn of haar gedrag sinds de gebeurtenissen

G. was een onbekend persoon voor het grote publiek, zowel ten tijde van de feiten als ten tijde van zijn verzoek om anonimisering. Bovendien trok de zaak geen brede media-aandacht, noch ten tijde van de feiten waarover werd bericht, noch toen de gearchiveerde versie van het artikel online werd geplaatst. Niets wijst erop dat G. contact zou hebben opgenomen met de media om ruchtbaarheid te geven aan zijn situatie. Integendeel, uit alle door hem ondernomen stappen blijkt de wens om uit de schijnwerpers van de media te blijven.

    De negatieve gevolgen van de blijvende beschikbaarheid van de informatie online

Het EHRM volgt de redenering van het hof van beroep te Luik, dat stelde dat de digitale archivering van een artikel over het plegen van een strafbaar feit een soort “virtueel strafblad” creëerde voor G., die zijn straf had uitgezeten en gerehabiliteerd was. Een eenvoudige zoekopdracht op basis van de voor- en achternaam van G. in de zoekmachine van de website van Le Soir of op Google, leverde onmiddellijk het artikel op. Dit vormde zonder twijfel een bron van schade voor G., althans van psychologische aard. Dergelijke situatie maakte het voor het breed publiek gemakkelijk om kennis te nemen van de eerdere veroordeling, dat - aangezien G. arts was - onvermijdelijk patiënten, collega's en kennissen omvatte. Dit kon voor G. leiden tot stigmatiseren, het schenden van zijn reputatie en het verhinderen om normaal te re-integreren in de samenleving.

    De mate van toegankelijkheid van de informatie in de digitale archieven

De archieven van de krant Le Soir waren kosteloos en zonder beperkingen beschikbaar vanaf het moment dat zij in 2008 online werden geplaatst en gedurende de gehele nationale procedure. Gelet op deze hoge mate van toegankelijkheid is het EHRM van oordeel dat het voortbestaan van het betrokken artikel in de archieven G. ongetwijfeld schade heeft berokkend.

    Het effect van de maatregel op de vrijheid van meningsuiting en meer in het bijzonder op de persvrijheid

Ten slotte gaat het EHRM na of de nationale rechtbanken, op basis van de afweging tussen enerzijds de belangen van G. en anderzijds de belangen van Le Soir in verband met de uitoefening van haar taak als informatieverstrekker en archivaris, de inmenging in deze taak hebben beperkt tot hetgeen strikt noodzakelijk was ter bescherming van het privéleven van G.

Het EHRM oordeelt dat in de omstandigheden van deze zaak het bevel tot anonimisering geen buitensporige invloed heeft gehad op de uitvoering van de journalistieke taken van de krant Le Soir. G. heeft immers geen verzoek ingediend om het artikel uit de archieven te verwijderen, maar alleen om de elektronische versie te anonimiseren. De originele, niet-geanonimiseerde versie van het artikel is nog steeds beschikbaar in gedrukte vorm en kan door elke geïnteresseerde worden geraadpleegd, waardoor de inherente rol ervan als archiefstuk wordt vervuld.

Conclusie

Op basis van voormelde criteria sluit het EHRM zich aan bij haar eerdere rechtspraak (o.a. Axel Springer t. Duitsland) en concludeert zij dat de nationale rechtbanken de betrokken rechten zorgvuldig hebben afgewogen, dit in overeenstemming met de vereisten van het Verdrag.  

Door het bevel tot anonimisering van de elektronische versie van het artikel op de website van Le Soir blijft de inmenging in het recht op vrijheid van meningsuiting in hoofde van de krant volgens het EHRM beperkt tot het strikt noodzakelijke, en kan in de omstandigheden van het ongeval worden beschouwd als noodzakelijk in een democratische samenleving en evenredig. 

Er is derhalve geen sprake van een schending van artikel 10 van het Verdrag en de vrijheid van meningsuiting in hoofde van Le Soir.

Hebt u vragen over dit artikel en/of uw privacy of vrijheid van meningsuiting? Wij helpen je graag verder via info@grip.law.

Elisabeth Van Nerum - Bob Laes


Het recht om vergeten te worden, nu voor online krantenarchieven

Knokke Off of Knock-off?

Auteur Piet Baete daagde recent de makers van "Knokke Off" voor de ondernemingsrechtbank in Gent. Volgens Baete vertoont de serie opvallende gelijkenissen met zijn roman "Verzwijg mij niet" uit 2011. Maar volstaan die gelijkenissen om te kunnen spreken van een auteursrechtelijke inbreuk?

24 oktober 2025

Lees meer

Loranne Smans krijgt gelijk in procedure tegen Sneeuwsport Vlaanderen en de Belgische Ski- en Snowboardfederatie: een belangrijke overwinning voor atleten

Na een juridische strijd van drie jaar heeft Loranne Smans gelijk gekregen in haar zaak tegen Sneeuwsport Vlaanderen (SVL) en de Koninklijke Belgische Ski- en Snowboardfederatie (KBSF). Deze federaties hadden haar twee weken voor de Olympische Winterspelen in Peking van 2022 de toegang tot de Spelen ontzegd, vanwege en cours de route gewijzigde selectiecriteria die nooit aan haar waren gecommuniceerd.

17 maart 2025

Lees verder

Weigering tot inschrijving van het te kwader trouw gedeponeerde merkteken “Pierre Cadault”

‘Pierre Cadault’ is een fictief personage uit de Netflix-hitserie "Emily in Paris". In 2023 besloot een derde de identieke naam ‘Pierre Cadault’ als Uniemerk te deponeren. EUIPO weigerde de inschrijving van het te kwader trouw gedeponeerde merkteken.

31 januari 2025

Lees verder

Serax en Kwantum voeren oorlog om een lamp

Op 4 juli 2019 concludeerde de rechtbank dat de strakke, industriële vormgeving van de Serax-lamp niet te vergelijken valt met een lamp die gelijkt op ‘het uiteinde van een pas opgegraven vliegtuigbom uit de ene of de andere Wereldoorlog’. De rechtbank oordeelde dat Kwantum, door de verschillende totaalindruk van de lampen, geen inbreuk pleegde op het auteursrecht van Serax.

24 oktober 2019

Lees verder

FIFA bezorgt voetballers nieuwe munitie in strijd tegen clubs

Vanaf 1 maart 2015 zullen spelers, wiens club in gebreke blijft één maandloon tijdig te betalen, gerechtigd zijn om hun arbeidsovereenkomst met hun werkgever/club eenzijdig op te zeggen, voor zover zij de club schriftelijk in gebreke hebben gesteld om het verschuldigde loon te betalen en de betrokken club binnen een periode van 10 dagen geen gevolg heeft gegeven aan dit schriftelijk verzoek.

18 februari 2015

Lees verder

Schoenmaker blijf bij uw leest

Op 18 november 2014 heeft het Hof van Beroep te Brussel geoordeeld dat de rode schoenzool van Louboutin voldoet aan de voorwaarden om te worden erkend als een beeldmerk. Het Hof ging niet mee in de redenering van de Rechtbank van Koophandel te Brussel, die op 20 maart 2014 oordeelde dat een rode schoenzool niet onderscheidend genoeg is om te worden weerhouden als rechtsgeldig Beneluxmerk.

6 juni 2014

Lees verder

{{ popup_title }}

{{ popup_close_text }}

x